Prestatiepijn

Het woord is nieuw en spreekt tot de verbeelding. Wanneer je leerlingen het woord ‘prestatiepijn’ voorlegt roept het herkenning en uiteenlopende verhalen op. Dit is gedaan door de auteurs van de onlangs verschenen filosofische bundel ‘Prestatiepijn’ en de bijbehorende gelijknamige website (Kusters en Visser, 2017). De auteurs startten hun zoektocht door hun verbijstering dat leerlingen zo gefocust zijn op cijfers en niet op hun leerproces. Het levert hen zoveel stress op. Minstens één op de tien jongeren heeft te maken met angsten, depressieve periodes en/of burnouts. De eenzijdige aandacht voor presteren – denk aan overheidsbeleid gericht op excellentie en ontmoediging van de zesjescultuur- lijkt nog niet op zijn einde. Ook al wordt niemand hier echt gelukkig van.

Als coach van (hoog)begaafde leerlingen ontkom ik niet aan de vraag in hoeverre ik meewerk aan het kweken van prestatiepijn. Of op zijn minst aan het in stand houden van de term. Ik word immers ingevlogen door school en ouders wanneer prestaties van jongeren niet (meer) overeenkomen met wat van hen wordt verwacht. Wie mijn website bekijkt zou kunnen denken dat mijn begeleiding vooral gericht is op het weer ‘in het spoor krijgen’ van deze leerlingen. Wanneer een leerling maar de goede leerstrategieën ontwikkelt, hiaten wegwerkt en leert zich aan een planning te houden, past hij weer in het schoolsysteem en kan hij zijn diploma halen.

Iedereen heeft een mening over (hoogbegaafde) jongeren. Is het niet tijd dat deze leerlingen wat strakker worden gehouden? Het leven bestaat nou eenmaal niet alleen uit wat je zelf wilt. Ze moeten leren om eens ergens flink de tanden in te zetten en niet op te geven bij de eerste de beste tegenslag. In het echte leven moeten ze toch ook kunnen presteren onder bepaalde tijdsdruk of kwaliteitseis? Waarom dan nu een aparte behandeling geven aan hen? Is de jeugd van tegenwoordig niet veel te verwend? Tijd voor disciplinering!

Wanneer ik in gesprek ben met leerlingen doe ik mijn uiterste best om al mijn oordelen over oorzaken en oplossingen over hun situatie te parkeren. Ik wil hen niet in een mal persen waardoor zij weer kunnen gaan presteren op school (als ik dat al zou kunnen..). Ik stel mij open voor hun verhaal. Waar zit hun frustratie, wat is de kern van hun worsteling met school? Wat vinden zij belangrijk voor hun eigen ontwikkeling, voor hun relatie met anderen? Wanneer komen zij wél tot leren en groei?

Tijdens deze verkenning formuleren leerlingen voorzichtig eigen doelen en experimenteren met kleine stappen richting hun doel. En ja, eigenlijk altijd is hun belangrijkste doel toch om dat diploma te halen. Al is het maar om zo snel mogelijk van school af te zijn.

Wat mij blij maakt in het werken met deze - allemaal zo verschillende-  jongeren is hun drang naar autonomie. Wat mooi om dat als drijvende kracht te zien voor hun wens tot zelfontwikkeling. Juist die autonomie is echter ook hun achilleshiel. Jezelf niet kunnen zijn, je anders voelen, dát is hun pijn. Het woord ‘aanpassen’ is voor hen een vloek. ’Aansluiting vinden’, zo heb ik gemerkt, is een begrip waar de leerlingen veel meer mee kunnen. En daar ligt de start van groei. Hoe je – zonder geweld te doen aan wie jij wilt zijn- je leert verhouden tot de mensen en systemen om je heen. Een hele levenskunst. 

Wat een boeiend vak heb ik. Bezig te zijn met de puzzel: wat heeft deze leerling nodig om te presteren en tot groei en ontwikkeling te komen? Soms is een leerling eenvoudigweg het meest geholpen bij een tip hoe hij samenvattingen maakt of bij het krijgen van meer inzicht in eigen denkfouten, of bij het trainen van volgehouden aandacht. Maar nog los van de oplossingsrichting is de relatie tussen coach en coachee de succesfactor van de coaching. Wat leerlingen het meest nodig hebben is dat hun prestatiepijn wordt gezien, zonder oordeel.

En misschien is dat laatste wel cruciaal voor het loslaten van mijn eigen prestatiepijn. Ik hoef de problemen van de jongeren niet op te lossen. Dat kán ik ook niet. De humanistisch psycholoog en psychotherapeut Carl Rogers zei het al: “Ik heb het gevoel gekregen dat het enige wat men werkelijk leert en wat gedrag beduidend beïnvloedt, datgene is wat men zelf ontdekt en wat men zichzelf eigen maakt.” Dat besef geeft mij de professionele ruimte dat jongeren hun eigen pijn onder ogen zien, voelen en  aangaan. En ik mag erbij zijn en nieuwsgierige vragen stellen.

 Kunnen we ontsnappen aan prestatiepijn? Een leerling formuleert het als volgt: “Iedereen is goed genoeg en als je dat beseft kun je prestatiepijn omzetten in prestatieplezier.”

Gelukkig is dat plezier ook volop aanwezig in mijn contacten met jongeren. Humor verlicht prestatiepijn. Hahaha, nog een extra reden om van mijn werk te houden.



Bronnen:

Frans Kusters en Alderik Visser, Prestatiepijn, opvoeding en onderwijs voor een ontspannen samenleving, 2017, http://prestatiepijn.nl/

http://hetkind.org/2017/04/10/kunnen-we-ontsnappen-aan-prestatiepijn/

Carl Rogers, Mens worden, een visie op persoonlijke groei, 1961