Betweterigheid

Zegt er iemand met de verkeerde klemtoon het woord ‘normaliter’? Ik bijt het puntje van mijn tong af om die persoon niet onmiddellijk te verbeteren. Of zie ik ergens het woord ‘onmiddellijk’ staan zonder dubbel d en dubbel l? Mijn maag draait om. Feitelijk heeft de spreker of schrijver voor mij al afgedaan. Als de uitspraak of spelling al niet klopt, dan wantrouw ik de inhoud van de boodschap ook direct. De verpakking leidt dan zo af, dat ik er al klaar mee ben.

De rode pen als het gaat om taal zit er van jongs af aan al in. In mijn familie werken veel mensen in het onderwijs en anders hebben ze hun roeping gemist. Wanneer wij vroeger met ons gezin één keer per jaar uit eten gingen (vanwege onze rapporten aan het eind van het schooljaar!), spelden we de menukaart op zoek naar een taalfout. En deze foutenjacht heb ik doorgegeven aan onze kinderen. Ook zij maken er nu een sport van om elkaar te attenderen op misplaatste d’s en t’s in ondertiteling of welke tekstuiting dan ook.

Mijn verbeterdrift vind ik – behalve leuk tijdverdrijf – ook een nare vorm van betweterigheid. Hautain. Te snel mijn oordeel vellen. Alsof iedereen zo taalgevoelig zou moeten zijn. Ik heb nu eenmaal heel goed taalonderwijs gehad, vanwege een hoofdonderwijzer die onze onrustige klas 6 alleen onder bedwang kon houden door ons als straf elke keer taalonderwijs te geven.

Toen ik laatst in een intervisie over mijn betweterigheid sprak, attendeerde een collega mij om op zoek te gaan naar de kwaliteit die daaronder schuilt. En zij noemde daarbij De Talentenfluisteraar, het nieuwste boek van Luk Dewulf over talentontwikkeling. Over de boektitel heb ik al gelijk een stellig oordeel. Hoe zweverig met een quasi-grappige woordspeling naar de paardenwereld, waar ik al helemaal niets mee heb. De achterflap – helaas geen foutje ontdekt- vermeldt dat we het woord ‘talent’ te vaak gebruiken om te zeggen dat iemand uitzonderlijk goed is in iets. Maar: “…iedereen heeft talenten, die we allemaal in een unieke combinatie inzetten. Wanneer je werkt vanuit jouw talenten dan doe je de dingen waar jouw batterij van oplaadt, die jij van nature al doet, waarbij de tijd vliegt en je je authentieke zelf kunt zijn. En met al deze dingen haal je het beste uit jezelf.”

Ook over deze tekst op de achterflap heb ik direct weer een duidelijke mening. Maar ik zet door. En werkelijk: de talenten die Dewulf omschrijft zijn origineel gevonden. En hij geeft per talent aan wat er gebeurt als dit talent doorslaat en waar dan op te letten. Typeringen zoals ‘kennisspons’, ‘mooimaker’, ‘herkauwer’, ‘aansteker’ en nog 35 andere talenten werpen een ander licht op talentontwikkeling. IJverig doe ik de zelftest. Tada! Mijn unieke combinatie van ‘foutenspeurneus’, ‘groei-motor’, ‘creatieve maker’, ‘sterkte-architect’ en ‘bezige bij’ verklaart waarom ik zo senang ben als leerlingbegeleider. Valkuil is dat ik de bet-weter word, die teveel de problemen van anderen oplost en de verantwoordelijkheid van de ander ontneemt.

Het maakt mij nieuwsgierig hoe mijn leerlingen zichzelf typeren. Zijn zij een ‘ideeënfontein’, ‘buikdenker’ of ‘ontrafelaar’ en hoe kunnen zij dit talent inzetten bij alles wat moet voor school en opleiding? Ik zie al 39 kaartjes met plaatjes voor me. De ‘creatieve maker’ kan ik nu ook nog inzetten. Ja, daar ga ik op aan. Nu alleen nog even bereiken dat alle leerlingen onmiddellijk hun talenten herkennen. Met dubbel d en dubbel l heel graag.